Damles met mes en vork

Blokken bouwen in België

Op het programma een training in Kortrijk. Aanvallen, combineren, doorbreken en vastzetten. Een viertal hoofdlijnen heerlijk presenteren op het bord. De damtraining begint met de uitleg van deze basisplannen van ons mooie spel. De Belgische jeugd is goed op de hoogte, want vloeiend gaat het jargon door het transparante zaaltje van ’t damhuisje. De zon licht prachtig bij als de eerste stand op het demonstratiebord verschijnt. Een heerlijke dammiddag neemt een aanvang.

les1

Enige maanden geleden wordt Theo Schippers gevraagd of hij een damles wil verzorgen in België. Vertrekkend Eurekaan Eddy Janssen en fanatiek lid van damclub de Phenix in Kortrijk polst de Beekse meester voor een damles in West-Vlaanderen. De Belgische jeugd is fanatiek en een training op z’n Hollands gaat er beslist in. Theo vertelt me van het plan en ik word enthousiast. Samen vier lessen van een uur voorbereiden en westwaarts trekken. Zo gezegd, zo gedaan. Zaterdagmorgen 13 juni rond de klok van negen gaan we op pad naar België, een krat dammappen en een paar tassen ander materiaal in de kofferbak, twee uitgeslapen trainers voorin. We hebben er zin in!

Les2

Het is reeds na half twaalf als we de rode bolide parkeren bij het clublokaal van damclub de Phenix. Een jongen snelt voorbij, kijkt naar ons en installeert zich op veilige afstand met een boek op een bankje in het zonnetje. ‘Dat is een dammer, dat zie ik zo’, verzekert Theo me als we naar het zaaltje toe sjouwen. Een aantal andere jeugdige dammers arriveert spoedig, evenals een groepje senioren. We maken kennis en nemen onze spullen ter hand. Theo gaat naar buiten en begroet de dammer in het zonnetje. ‘Eerst mijn broodje opeten, dan kom ik’, laat hij Theo weten. De Beekse meester heeft meteen schik.
Ik begin mijn les en doe het plan combineren uit de doeken. Ik vraag de jeugd naar typezetjes en in rap tempo noemen ze diverse geleerde slagen. ‘Napoleon, Philippe, Weiss’.
Ik deel de meegenomen series hiel en kaats uit en doe een beroep op de lenigheid van Theo. Deze lenigheid blijkt vooral van geestelijke aard te zijn als hij de hielslag combineert met de guldensporen. Na een uurtje neemt Theo geruisloos het stokje over en hij heeft lol dat de jongens niet in de gaten hebben dat hij hun een pauze door de neus heeft geboord. Hij sluit een deal met ze en belooft om twee uur even te gaan voetballen. ‘Maar dan gaan we om vier uur wel een kwartiertje langer door!’

les3

Na het spel met de bal ploft de dorstige jeugd vermoeid neer en ik besluit dat ze een dampauze verdiend hebben. We breken via twaalf diagrammen door naar het volgende onderdeel dat het creatieve hoogtepunt vormt van deze middag damles. ‘Blokken bouwen!’ Theo speelt met een heldere reeks damtermen en legt uit hoe je ze mooi neerzet. Via het huisje naar het blok naar de piramide. Met het nog dunner worden van de stand gaan het kruis, de vork en het mes de strijd dicteren. En een miniformatie aan de rand krijgt eveneens een naam: het kindermes. ‘De jeugd pakt dit makkelijker op dan de senioren’, doceert Theo bevlogen. Als er gemompel klinkt, vervolgt Theo fijntjes met ‘maar er zijn hier alleen maar jeugdige senioren aanwezig!’
Om kwart over vier zijn drie van de vier basisplannen over het demonstratiebord gegaan. De jeugd heeft de vier uur Hollandse training leergierig genoten. De voetbal rolt buiten over het veld en binnen spelen we nog wat partijtjes. Rond de klok van zes is het hoogste tijd het vierde basisplan op het bord te brengen. Op een Italiaans terras aan het gezellige marktplein wil Theo zijn mes en vork graag te eten geven. ‘Aanvallen!’ zo lacht Theo als hij een heerlijk gerecht krijgt voorgeschoteld. De Beekse Bourgondiër in hart en nieren bestelt een rondje Belgisch nat en we klinken de glazen op een geslaagde dag. De Belgische dampropagandist Rik Devroe maakt het lijstje damtermen helemaal af als hij tussen twee happen door het woord ‘zakmes’ prevelt. We nemen nog een pintje en leunen tevreden achterover. Tegen de tijd dat de grote lamp besluit het rustiger aan te gaan doen, nemen we afscheid van onze Belgische damvrienden. ‘In het najaar komen we terug’, zo nodig ik mezelf weer uit. We rijden Eddy Janssen naar zijn thuishaven Antwerpen. De nieuwe speler van damclub Maastricht is in een gemoedelijk gesprek gewikkeld en we rijden de beoogde afslag pardoes voorbij. Nadat we hem aan de rand van zijn woonplaats hebben afgezet snellen we door naar het oosten. ‘Zakmes’, geniet Theo na als we weer de Nederlandse grens naderen. De kleine formatie heeft zijn definitieve naam gekregen.
Frank Verdel